tjette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tjet·te

Werkwoord

vervoeging van
tjetten

tjette

  1. enkelvoud verleden tijd van tjetten
    • Ik tjette. 
    • Jij tjette. 
    • Hij, zij, het tjette. 
  2. aanvoegende wijs van tjetten