tjet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tjet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Javaans: cet.
enkelvoud meervoud
naamwoord tjet -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tjet m

  1. verf, beits, menie
    • We hebben vanmorgen al het hele onderschip in de tjet gezet. 

Werkwoord

vervoeging van
tjetten

tjet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van tjetten
  2. gebiedende wijs van tjetten

Gangbaarheid