titulair

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·tu·lair
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen titulair titulairder titulairst
verbogen titulaire titulairdere titulairste
partitief titulairs titulairders -

Bijvoeglijk naamwoord

titulair [2]

  1. een titel bezittend zonder de daarbij horende plichten (functie) of rechten (beloning)
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal