titreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
titreren
titreerde
getitreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

titreren

  1. overgankelijk (scheikunde) afgemeten hoeveelheden toevoegen tot een waarneembaar equivalentiepunt bereikt is
    • Bij jodometrie wordt een oplossing van jodium of jodide getitreerd met een thiosulfaatoplossing. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen