titi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Het bernhardaapje is een titi.
Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·ti
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord titi titi's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

titi m

  1. (zoogdieren) springaapje, benaming voor apen uit het geslacht Callicebus op Wikispecies, voorkomend in het gebied van de Amazone
    • De observatie van Wallace was juist. Voor de titi en de marmoset (beiden apenfamilies van het hoge drooglandbos) werkt het perfect. Deze soorten kunnen niet zwemmen en kunnen dus met geen mogelijkheid de rivier oversteken. Door deze isolatie van verschillende populaties is er geen genenuitwisseling meer en kunnen er aparte soorten ontstaan. [2]

Gangbaarheid

6 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Aymara

Zelfstandig naamwoord

titi

  1. (dierkunde) kat
Synoniemen
Overerving en ontlening


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

titi m

  1. (spreektaal) straatjongen, schoffie [1]

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • ti·ti

Werkwoord

titi

  1. over een brug of plank oversteken
  2. overbruggen, brug
Synoniemen