titer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord titer titers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

titer ; m

  1. (medisch): hoogste verdunning van een stof die nog werkzaam blijft
  2. (scheikunde): een onbekende concentratie nader door titratie te bepalen
Vertalingen

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.

Meer informatie