tiran

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·ran
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Grieks τύραννoς = koning, alleenheerser. Leenwoord uit onbekende taal (Lydisch? Etruskisch?) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord tiran tirannen
verkleinwoord tirannetje tirannetjes

Zelfstandig naamwoord

tiran m

  1. heerser, meest bij de gratie van een schrikbewind
  2. alleenheerser met onbeperkte macht in de oude Griekse stadstaten
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
tirar

tiran

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van tirar