tipgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tip·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tipgeld tipgelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tipgeld o

  1. financiële beloning voor een inlichting of aanwijzing
    • Burgerinfiltranten hoeven ook niet te hopen dat ze rijk zullen worden. Ze krijgen hoogstens een kleine vergoeding. ‘Ons land heeft niet de gewoonte tipgeld uit te reiken’, zegt het kabinet. ‘Bovendien blijkt uit het buitenland dat hoe lager het tipgeld is, hoe betrouwbaarder zo’n infiltrant te werk gaat.’[1] 
    • De regering loofde 1 miljoen euro tipgeld uit voor informatie die naar de daders leidt.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 23 NOVEMBER 2017
  2. Tubantia 04-DECEMBER-2017