tinerts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

tinerts
Uitspraak
Woordafbreking
  • tin·erts
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tinerts tinertsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tinerts o [1]

  1. erts waar men tin uit kan winnen
     Prins Hendrik vergaart een vermogen door investeringen in de winning van tinerts op het eiland Billiton tussen Borneo en Sumatra (Nederlands-Indië) en door beleggingen in Indische fondsen.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Wim Hulsman“Prins Hendrik genoot van India” (31-05-2016), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be