tinca

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • tin·ca
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
la tinca le tinche

Zelfstandig naamwoord

tinca v

  1. (vissen) zeelt
    «Il fiume era piena di tinche
    De rivier barstte van de zeelten.


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈtɪŋ.ka/
Woordafbreking
  • tin·ca

Zelfstandig naamwoord

tinca v

  1. (vissen) een kleine vis, mogelijk de zeelt
Verbuiging
Overerving en ontlening