timon
Uiterlijk
- Geluid: timon (Nancy, Frankrijk) (hulp, bestand)
- IPA: /ti.mɔ̃/
- Een erfwoord van Volkslatijn timonem, accusatief van timo (geattesteerd sinds de 5de eeuw), een alteratie van klassiek Latijn temo, -onis [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| timon | le timon | timons | les timons |
timon m
- dissel [1], stang van een kar of ploeg waaraan de paarden of trekdieren aan worden vastgemaakt om hem vooruit te trekken
- dissel [2], stang van een aanhangwagen waarmee hij kan worden vastgemaakt aan een auto of vrachtwagen
- (scheepvaart) helmstok; lange stok aan het roer om de boot te kunnen sturen
- (figuurlijk) leiding [1]; bestuur
- ↑ timon (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.