timide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·mi·de
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen timide
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

timide

  1. verlegen, bleu, bang, bedeesd
    De timide jongen durfde zijn spreekbeurt niet te houden.