Naar inhoud springen

timber

Uit WikiWoordenboek

erfwoord

  • Van Germaans *timra- "gebouw, het gebouwde", vergelijk Oudnoords timbr, Nederlands timmeren, Gothisch timrjan "bouwen", enz.
  1. overgankelijk van steunbalken voorzien
  2. overgankelijk (verouderd) bouwen, construeren
  3. overgankelijk (verouderd) een nest bouwen
enkelvoud meervoud
lumber -

timber

  1. hout van de bossen
  2. (VK, Australië, Nieuw-Zeeland) hout geschikt om te timmeren of te bouwen, verwerkt of onverwerkt
  3. (VS, Canada) kaphout, onverwerkt hout van gevelde bomen e.d. voor constructie
  4. steunbalk

timber!

  1. van onderen!