Naar inhoud springen

tilde

Uit WikiWoordenboek
  • til·de
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘diakritisch teken’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • komt van het Latijnse 'titilus' (tableau, bovenschrift).
enkelvoud meervoud
naamwoord tilde tildes
verkleinwoord tildetje tildetjes

detildev/m

  1. (taalkunde) het diakritisch teken ~ dat meestal boven letters wordt aangebracht.
    • De ã, ñ, õ, ũ, Ã, Ñ, Õ en Ũ zijn voorbeelden van toepassing van de tilde. 
  2. (wiskunde) (natuurkunde) in de natuurwetenschappen als zelfstandig symbool gebruikt om evenredigheid aan te duiden.
vervoeging van
tillen

tilde

  1. enkelvoud verleden tijd van tillen
    • Ik tilde. 
    • Jij tilde. 
    • Hij, zij, het tilde. 
     How/ pathetic can you get' Ik tilde mijn hand op, wees naar onze zoon en fluisterde dat we in zijn bijzijn elkaar niet moesten afsnauwen.[2]
     Hij boog zich over Sarah heen en tilde voorzichtig een lok haar van haar gezicht.[3]
89 %van de Nederlanders;
81 %van de Vlamingen.[4]
  • til·de
enkelvoud meervoud
tilde tildes

tilde m

  1. (taalkunde), (wiskunde), (natuurkunde) tilde