tiktok
Uiterlijk
- tik·tok
| vervoeging van |
|---|
| tiktokken |
tiktok
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tiktokken
- Ik tiktok.
- gebiedende wijs van tiktokken
- Tiktok!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tiktokken
- Tiktok je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tiktok | tiktoks |
| verkleinwoord | tiktokje | tiktokjes |
de tiktok m
- (filmkunst) kort filmpje dat gemaakt is voor TikTok
- ▸ Met het verdwijnen van TMF is volgens regisseur Fawaz het tijdperk van de videoclip niet voorbij. "Voor alle artiesten is een clip nog steeds een van de belangrijkste punten. In een clip kan je wegdromen." Volgens Fawaz wordt er nu wel nagedacht over de potentie van een clip voor social media: "Er worden bijvoorbeeld ook tiktoks van gemaakt".[1]
- Het woord tiktok staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “30 jaar geleden begon TMF, herinneringen nog springlevend” (1 mei 2025), NOS