tiktakken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tik·tak·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

tiktakken

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tiktakken
tiktakte
getiktakt
zwak -t volledig
  1. maken van een geluid zoals van een slingeruurwerk
    • In de stille kamer hoorden we alleen het tiktakken van de klok. 
  2. triktrak spelen
    • In 't vegten, en in 't kyven,
      Daar zyn wy in vermaart,
      In 't dammen met de schyven,
      En spelen met de kaart.
      Tiktakken, en verteren,
      Dat kennen wy zeer wel,
      Wy zyn heeren,
      En wy leeren
      Al dit spel. [1]
       

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. DBNL (1750)–anoniem Tempel der zanggodinnen, De De tempel der zanggodinnen geraadpleegd 27 december 2018

Zelfstandig naamwoord

tiktakken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tiktak

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.