tikkertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tik·ker·tje
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘spel waarbij de deelnemers getikt moeten worden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]

Zelfstandig naamwoord

tikkertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tikker

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen