tijdwinst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijd·winst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdwinst tijdwinsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdwinst v

  1. de tijd die men wint omdat een bepaalde taak korter duurt van gewoonlijk
    • Met het gebouw op de Laan van Spartaan wordt een nieuw record gevestigd. Twee jaar geleden stapelde Ursem al elf verdiepingen op elkaar voor een woontoren op de Amstelveense studentencampus Uilenstede. Dankzij voortschrijdende techniek kan dat nu nog hoger. Doordat de modules betonkolommen op de hoeken hebben, kunnen ze direct op elkaar worden gestapeld. Dat levert veel tijdwinst op. De parallelle processen in de fabriek en op de bouwplaats zorgen ervoor dat de productietijd in sommige gevallen kan worden gehalveerd, zegt Ursem. Ook worden minder fouten gemaakt. „We eindigen standaard met het ontwikkelen van een prototype. Op papier kun je soms eindeloos discussiëren over de plek van een stopcontact, met zo’n prototype is vaak meteen duidelijk wat werkt. Dat geeft een heel voorspelbaar bouwproces.” [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Anne-Martijn van der Kaaden 28 december 2016