tijdsprobleem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijds·pro·bleem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdsprobleem tijdsproblemen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdsprobleem o [1]

  1. een moeilijkheid veroorzaakt door een gebrek aan tijd; een moeilijkheid veroorzaakt door het tijdstip waarop het probleem zich voordoet
    • Maar omdat het voor de formatie nog te vroeg is om die knoop definitief door te hakken, „zit je met een tijdsprobleem”. Volgens de liberaal is het plan om in ieder geval voor de begroting door de Tweede Kamer behandeld wordt, alsnog het extra geld erin te fietsen.[2] 
  2. het (filosofische) vraagstuk over de aard van de tijd
    • Huijer komt met een andere tijdsopvatting, die ook tot een andere oplossing voor ons tijdsprobleem leidt. Tegenover Bergson, de filosofische held van Hermsen, die de tijd als een voortgaande duur omschrijft, roept zij Bachelard, een andere Franse denker, aan. Deze betoogde dat tijd vaak discontinu kan zijn en door mensen heel verschillend beleefd kan worden. De oneindige duur van Bergson wordt bij Bachelard een veelheid van momenten.[3] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 30 aug. 2017 Demissionair kabinet is gered
  3. De Volkskrant Hans Achterhuis 9 januari 2012 Ritme