tijdsperk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijds·perk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdsperk tijdsperken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdsperk o

  1. afgebakende periode tijd
    • Cohen: „Vergeet niet dat de Derde Weg ook een antwoord was op een publieke sector die geen waar leverde voor zijn geld. Dit leek het antwoord. Het heeft een tijd geduurd voor we doorkregen dat die Derde Weg was doorgeslagen.” Gabriel: „Het tijdsperk van het markradicalisme duurde zo’n 20, 30 jaar. Het zou ook een wonder zijn geweest als wij daar al die jaren heldhaftig tegenin waren gegaan.” [1] 
    • Met het einde van het Ghaddafi regime begint ook voor de cultuurscene in Libië een nieuw tijdsperk. De vrijheid zorgt voor een explosie van creativiteit. Graffiti, rapmuziek en videoclips zijn er maar een paar van. [2] 
    • Hissène Habré dateert uit een tijdsperk dat dictators in Afrika werden vertroeteld door het westerse of door het Oostblokkamp. De woestijnvos, zoals de slimme en sluwe Hissène Habré werd genoemd, was zeer geliefd in Washington en Parijs. Want hij had in Noord-Tsjaad binnengevallen Libische soldaten een zware nederlaag toegebracht en stelde zich op als de meest fervente tegenstander in Afrika van de Libische leider Gaddafi. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. NRC Pieter van OsMark Beunderman 23 januari 2012 Als Cohen en Gabriel Europa regeren...
  2. NRC 21 december 2011 Opstand met ooglap
  3. NRC Koert Lindijer 30 mei 2016 Met het vonnis van Habré heeft Afrika een wereldprimeur