tijdrekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijd·rek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tijdrekken
rekte tijd
tijdgerekt
zwak -t volledig

Werkwoord

tijdrekken

  1. inergatief trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen
    • De oppositie rekte zo veel mogelijk tijd om de hervorming van het gezondheidsstelsel tegen te houden. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.