tijdloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijd·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdloosheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdloosheid v

  1. het tijdloos zijn
    • De tijdloosheid van het meubelontwerp was de oorzaak dat het bankstel na 20 jaar nog steeds modern oogde. 

Gangbaarheid