tijdbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tijd·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdbank tijdbanken
verkleinwoord tijdbankje tijdbankjes

Zelfstandig naamwoord

tijdbank v / m

  1. een bank waar mensen als ze een uurtje gewerkt hebben daar geen geld voor krijgen maar dat op hun rekening kunnen storten om daar later iemand mee te betalen.
    • De werklozen gaven hun tijd aan de tijdbank om zo de medemens te helpen en de economie in gang te houden. 

Gangbaarheid