tienjarig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tien en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tienjarig
verbogen tienjarige
partitief tienjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

tienjarig

  1. tien jaar oud
    • Het tienjarige kind ging naar groep 7 van de basisschool. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.