Naar inhoud springen

tiener

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tie·ner
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘iemand in de leeftijd tussen’ voor het eerst aangetroffen in 10 [1]
  • Afgeleid van tien met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord tiener tieners
verkleinwoord tienertje tienertjes

Zelfstandig naamwoord

de tienerm

  1. een jong persoon tussen 10 en 20
    • Dit cafetaria is bij de tieners van de buurt erg in trek. 
     Had ik niet beter thuis kunnen blijven om ze elke dag te kunnen zien? Had ik de tocht niet beter 10 jaar kunnen uitstellen totdat ze uit huis zouden zijn? En welk effect zou deze tocht op mijn jonge tieners hebben? Een vader die zo lang van huis is zou misschien onbewust verlatingsangst of aandachttekort kunnen veroorzaken.[2]
     We waren tieners, een nieuw soort. De eerste keer dat ik het woord hoorde, dacht ik dat het een soort mislukte grap was over dat we tien jaar zouden zijn. Het nieuwe woord kon meer of minder geslaagd worden gecombineerd met alle mogelijke en onmogelijke andere woorden zoals -leven, -mode, -smaak, -muziek, -ideaal, -seks, -problemen, -bravoure, -cultuur, -markt, de vindingrijkheid kende geen grenzen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "tiener" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044632767
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be