tiener

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tie·ner
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tien met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord tiener tieners
verkleinwoord tienertje tienertjes

Zelfstandig naamwoord

tiener m

  1. een jong persoon tussen 10 en 20
    • Dit cafetaria is bij de tieners van de buurt erg in trek. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie