tiendelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·de·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tien en deel met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tiendelig
verbogen tiendelige
partitief tiendeligs

Bijvoeglijk naamwoord

tiendelig [1]

  1. uit tien delen bestaand
  2. rekenend met het tientallige stelsel
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen