tiendaags

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tien·daags
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen tiendaags
verbogen tiendaagse
partitief tiendaags

Bijvoeglijk naamwoord

tiendaags [1]

  1. tien dagen durend of om de tien dagen plaatsvindend

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen