tiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • ti·den

Zelfstandig naamwoord

tiden, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van tid


Noors

Woordafbreking
  • ti·den
Naar frequentie 267

Zelfstandig naamwoord

tiden, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van tid
Synoniemen