thuisbasis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • thuis·ba·sis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord thuisbasis thuisbasissen
thuisbases
verkleinwoord thuisbasisje thuisbasisjes

Zelfstandig naamwoord

thuisbasis v

  1. de plek waarnaar iemand steeds terugkeert of waar iemand thuishoort
    • Deze gebruiker maakt gebruik van een universele login met als thuisbasis WikiWoordenboek in het Nederlands. 
    • Nadat een glijbaan per vergissing is ingezet, kan een luchtvaartmaatschappij ervoor kiezen om te blijven vliegen en deze op haar thuisbasis te vervangen, zoals PIA dat ook heeft gedaan. Maar naarmate de evacuatiecapaciteit van het vliegtuig afneemt, moet het aantal passagiers evenredig worden verminderd. Vlucht PK702 kon pas opstijgen nadat 38 passagiers zich vrijwillig hadden opgegeven om op een latere vlucht te vertrekken. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen