theologe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • theo·lo·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord theologe theologes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

theologe v

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van theoloog
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.