theetijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

theetijd
Uitspraak
Woordafbreking
  • thee·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord theetijd theetijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

theetijd m

  1. het tijdstip dat men in de namiddag een maaltijd gebruikte waarbij men ook thee placht te drinken; een uur of vier 's-middags
    • Het was aanvankelijk de bedoeling dat alle 28 EU-leiders zich tijdens een ‘Engels ontbijt’ weer over de kwestie zouden buigen, ontbijt werd brunch, werd lunch, werd theetijd, werd diner. Delegaties van de EU-landen is al aangeraden ook een hotel te boeken voor vrijdag op zaterdag. [1] 
    • “Mensen denken dat je niets eet als je anorexia hebt, maar mijn probleem was dat ik 4 of 5 uur per dag les gaf en daarna nog naar de sportschool ging. Ik ontbeet met Weetabix met melk en water. Voor de lunch nam ik groenten en sla. Rond theetijd nam ik dan een stuk vis en sla.” [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen