tertiair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·ti·air
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in de derde plaats komend’ voor het eerst aangetroffen in 1866 [1]
  • [zelfstandig naamwoord] van Frans Tertiaire; als "terziarj" voor het eerst gebruikt door de Italiaanse geoloog G. Arduino in 1759[2][3][4]
  • [bijvoeglijk naamwoord] van Frans tertiaire[5][6]
enkelvoud meervoud
naamwoord tertiair -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tertiair o

  1. (verouderd) (geologie) geologisch tijdperk ongeveer vanaf het verdwijnen van de dinosauriërs tot het verschijnen van de mensachtigen; van 66 tot 2,6 miljoen jaar geleden
Schrijfwijzen
  • Vóór 2006 was de spelling Tertiair. In specialistische publicaties blijft volgens de Taalunie spelling met een hoofdletter mogelijk, zie hier.
Opmerkingen
  • Dit tijdperk is geen onderdeel van de standaard van de Internationale Commissie voor Stratigrafie. Het kan worden opgevat als een subera dat samenvalt met paleogeen en neogeen, de twee oudste perioden van het cenozoïcum[7]
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tertiair tertiairder tertiairst
verbogen tertiaire tertiairdere tertiairste
partitief tertiairs tertiairders -

Bijvoeglijk naamwoord

tertiair

  1. op de derde plaats komend
  2. (geologie) van, uit het tertiair
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen