Naar inhoud springen

terrine

Uit WikiWoordenboek
2. Een terrine uit verschillende groentes, geserveerd met veldsla en een broodje.
  • ter·ri·ne
  • van Frans terrine, in de betekenis van ‘kom van aardewerk of gerecht daarin’ aangetroffen vanaf 1761 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord terrine terrines
verkleinwoord terrientje
terrinetje
terrientjes
terrinetjes

de terrine v

  1. (kookkunst) geglazuurde schaal om in te koken
    • De terrine die we van oma gekregen hadden was in stukken gevallen. 
  2. (kookkunst) meestal koud, in plakken opgediend gerecht dat wordt bereid door uiteenlopende ingrediënten samen met een geschikt bindmiddel in een schaal au bain-marie te verwarmen en dan, vaak onder enige druk, te laten afkoelen
87 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[2]