terrine
Uiterlijk
- ter·ri·ne
- van Frans terrine, in de betekenis van ‘kom van aardewerk of gerecht daarin’ aangetroffen vanaf 1761 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terrine | terrines |
| verkleinwoord | terrientje terrinetje |
terrientjes terrinetjes |
de terrine v
- (kookkunst) geglazuurde schaal om in te koken
- De terrine die we van oma gekregen hadden was in stukken gevallen.
- (kookkunst) meestal koud, in plakken opgediend gerecht dat wordt bereid door uiteenlopende ingrediënten samen met een geschikt bindmiddel in een schaal au bain-marie te verwarmen en dan, vaak onder enige druk, te laten afkoelen
- Het woord terrine staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "terrine" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "terrine" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kookkunst in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 87 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %