terrier
Uiterlijk
- ter·rier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terrier | terriers |
| verkleinwoord | - | - |
de terrier m
- (verouderd) register voor het innen van vergoedingen wegens gebruik van gronden
- Het woord 'terrier' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| terrier | le terrier | terriers | les terriers |
terrier m
- (dierkunde) hol in de grond als woonruimte of schuilplaats van dieren
- terriër, soort hondenras
- (historisch) (leenstelsel) terrier, soort register tijdens het ancien régime dat de leengoederen en leenrechten van een leenheer bijhield en om de 20 à 30 jaar vernieuwd werd
- [2] chien terrier
- [3] papier terrier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | terrier | terriers |
| vrouwelijk | terrière | terrières |
terrier
- gronden bezittend
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ terrier (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ier in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Dierkunde in het Frans
- Historisch in het Frans
- Leenstelsel in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans