terracotta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

terracotta beeld
Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·ra·cot·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘ongeglazuurd aardewerk’ voor het eerst aangetroffen in 1872 [1]
  • uit het Italiaans [2]
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

terracotta [3]

  1. gemaakt van of betrekking hebbend op aardewerk zonder glazuur met een roodbruine kleur
    • De gekendste bronzer in het beautysegment - Terracotta van GUERLAIN - is er dit seizoen in een beperkte oplage. De zonnige highlighter geeft elke huidskleur een stralende en gezonde teint, ruikt naar fresia's, oranjebloesems, tonkaboon, vanille en witte muskus en komt bovendien in een herbruikbaar Art Deco luxedoosje.[4] 
    • Iedereen droomt er wel eens van om iets voor een prikje op de kop tikken dat heel waardevol blijkt. Het overkwam een vrouw die bij de kringloop voor een paar tientjes een ogenschijnlijk simpel terracotta potje had gekocht. Het potje bracht bij het Twents Veilinghuis zaterdag 2.500 euro op.[5] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen