tenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·nen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

tenen

  1. van teen (twijgen) vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

tenen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord teen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie