Naar inhoud springen

tenant

Uit WikiWoordenboek
  • te·nant
enkelvoud meervoud
naamwoord tenant tenanten
verkleinwoord

detenantm

  1. (heraldiek) schildhouder
43 %van de Nederlanders;
54 %van de Vlamingen.[3]


tenant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van tenir
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tenant     le tenant     tenants     les tenants  

tenant m

  1. (heraldiek) tenant; schildhouder