tenant
Uiterlijk
- te·nant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tenant | tenanten |
| verkleinwoord |
de tenant m
- Het woord tenant staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tenant" herkend door:
| 43 % | van de Nederlanders; |
| 54 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ tenant op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
tenant
- tegenwoordig deelwoord (participe présent) van tenir
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| tenant | le tenant | tenants | les tenants |
tenant m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Heraldiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 43 %
- Prevalentie Vlaanderen 54 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Deelwoord in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Heraldiek in het Frans