temde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tem·de

Werkwoord

vervoeging van
temmen

temde

  1. enkelvoud verleden tijd van temmen
    • Ik temde. 
    • Jij temde. 
    • Hij, zij, het temde.