telewerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·werk

Werkwoord

vervoeging van
telewerken

telewerk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van telewerken
    • Ik telewerk. 
  2. gebiedende wijs van telewerken
    • Telewerk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van telewerken
    • Telewerk je? 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie