televisiekijken
Uiterlijk
- te·le·vi·sie·kij·ken
- samenstelling van televisie en kijken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| televisiekijken |
keek televisie |
televisiegekeken |
| klasse 1 | volledig | |
televisiekijken
- inergatief aandacht schenken aan een op de beeldbuis vertoond programma
- Hij zat televisie te kijken.
1. aandacht schenken aan een op de beeldbuis vertoond programma
- Het woord televisiekijken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 15
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 1 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal