teleurgesteld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·leur·ge·steld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
teleurstellen

teleurgesteld

  1. voltooid deelwoord van teleurstellen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen teleurgesteld teleurgestelder teleurgesteldst
verbogen teleurgestelde teleurgesteldere teleurgesteldste
partitief teleurgestelds teleurgestelders -

Bijvoeglijk naamwoord

teleurgesteld

  1. een onaangenaam gevoel hebbend omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is
    • De teleurgestelde kinderen begonnen luid te protesteren. 

Bijwoord

teleurgesteld

  1. verdrietig
    • Ruald keek een beetje teleurgesteld, maar drong niet verder aan. [1] 
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 100