telefoontje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·foon·tje

Zelfstandig naamwoord

telefoontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord telefoon

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.