telefoonnummer
Uiterlijk
- Geluid: telefoonnummer (hulp, bestand)
- IPA: / ˌteləˈfonʏmər / (5 lettergrepen)
- te·le·foon·num·mer
- samenstelling van telefoon en nummer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | telefoonnummer | telefoonnummers |
| verkleinwoord | telefoonnummertje | telefoonnummertjes |
het telefoonnummer o
- (telecommunicatie) een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting, waarmee naar deze aansluiting gebeld kan worden
- Onder welk telefoonnummer bent u bereikbaar?.
- ▸ Ik had geen idee wat zijn echte naam was en had ook geen telefoonnummer van hem, maar het voelde altijd vertrouwd om te weten dat hij ergens voor of achter me liep.[1]
- ▸ Ik heb het telefoonnummer van meneer de baron nodig en dan ga ik naar de club om te bellen.[2]
1. een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting
- Het woord telefoonnummer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628142
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Telecommunicatie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal