tekortdoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·kort·doen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tekortdoen
deed tekort
tekortgedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

tekortdoen

  1. overgankelijk geen recht doen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.