tekengeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ken·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tekengeld tekengelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tekengeld o

  1. (spel) (economie) handgeld

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.