tegenwoordigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·woor·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenwoordigheid tegenwoordigheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tegenwoordigheid v

  1. aanwezigheid
Vertalingen