tegenwoordigheid
Uiterlijk
- te·gen·woor·dig·heid
- Afgeleid van tegenwoordig met het achtervoegsel -heid.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tegenwoordigheid | tegenwoordigheden |
| verkleinwoord | - | - |
de tegenwoordigheid v
- Het woord tegenwoordigheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.