tegenkoppeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·kop·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenkoppeling -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tegenkoppeling

  1. (elektronica) terugkoppeling waarbij de invloed van een ingangssigaal wordt tegengewerkt
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie