Naar inhoud springen

tegendeel

Uit WikiWoordenboek
  • te·gen·deel
  • In de betekenis van ‘het tegenovergestelde’ voor het eerst aangetroffen in 1620 [1]
  • samenstelling van  tegen  en  deel 
enkelvoud meervoud
naamwoord tegendeel tegendelen
verkleinwoord tegendeeltje tegendeeltjes

hettegendeelo

  1. het tegenovergestelde
     Maren deinst op de trap achteruit als Meermans dichterbij komt - het tegendeel van een romantisch tafereel vol tedere liefde.[2]
     Dit houdt kort gezegd in dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel vaststaat.[3]
    • Ik hoop dat we gaan winnen en zolang het tegendeel niet blijkt, ga ik daar ook van uit. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]