tegemoet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ge·moet
Woordherkomst en -opbouw
  • Samensmelting van te en het veroudere gemoet.

Voorzetsel

tegemoet

  1. tegen (personen)
    • Hij kwam hem tegemoet. 
     Ze besloten zich vanaf een plateau in een meertje te storten. In werkelijkheid kunnen ze alleen maar wadend in de troebele poel hun dood tegemoet zijn gelopen - een nabij ravijn is nergens te bekennen.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant