tegelijkertijd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ge·lij·ker·tijd
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van het voorzetsel 'te', de datief vrouwelijk van het bijvoeglijke naamwoord 'gelijk' (uitgang -er) en het zelfstandig naamwoord 'tijd'; tegenwoordig is 'tijd' een mannelijk woord en zou de correcte vorm "te gelijken tijde" zijn, maar in het Middelnederlands was het ook vrouwelijk, net als in het Duits: 'zu gleicher Zeit'

Bijwoord

tegelijkertijd

  1. op hetzelfde moment, gelijktijdig
    Dan kun je dat tegelijkertijd laten doen.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.